Literatuur
- Kolman, Chris & Ben Olde Meierink & Ronald Stenvert, Utrecht (betreft provincie Utrecht). Deel in de serie 'Monumenten in Nederland', nr 1. Zeist (Rijksdienst voor de Monumentenzorg), Zwolle (Waanders), 1996cop. [352 blz. ISBN 90.400.9757.7]. Hierin "Zeven Steegjes": blz. 269 (in paragraaf '19de-eeuwse huizen'. Opmerking: "Kochstraat" is een typefout voor "Kockstraat" - jp1102)
- Dolfin, Marceline J. & E.M. Kylstra & Jean Penders, Utrecht, De huizen binnen de Singels. Deel A: Beschrijving. Deel in de serie 'De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst' hierin: 'De provincie Utrecht', De gemeente Utrecht', deel IIIA. 's-Gravenhage (SDU), 1989. [524 blz. ISBN 90.12.05874.0 / 90.12.05876.7(set)]. Hierin: blz. 34, 54, 56, 149,
en in het hoofdstuk over het huistype 'Het dwarse huis', beschrijving van "Zeven Steegjes": blz. 201-214
- Dolfin, Marceline J. & E.M. Kylstra & Jean Penders, Utrecht, De huizen binnen de Singels. Deel B: Overzicht. Deel in de serie 'De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst' hierin: 'De provincie Utrecht', De gemeente Utrecht', deel IIIB. 's-Gravenhage (SDU), 1989. [216 blz. ISBN 90.12.05875.9 / 90.12.05876.7(set)]. Hierin "Zeven Steegjes": blz. 186-187
- Gend, Bregje van, 'Verheffing' in de zeven steegjes; een onderzoek naar de beschavingsarbeid van het Parochiaal Armbestuur in een Utrechtse buurt. Scriptie cultuurgeschiedenis Universiteit Utrecht. Utrecht (Bregje van Gend), 1998. [105 blz. ISBN -].
1946
- Kleijn, Jan de, De zeven steegjes. Enschede z.j. (1946) [254 blz.]
1967
- v.C[ampen], "De Zeven Steegjes, I". In: Maandblad Oud-Utrecht, 1967, blz. 22-23
- v.C[ampen], "De Zeven Steegjes, II". In: Maandblad Oud-Utrecht, 1967, blz. 31-32
1976
- Kleijn, Jan de, Gewoon maar dood; verhalen uit de zeven steegjes. Utrecht (Váva) (1976) (2)
- Registervermelding: "Gewoon maar dood; verhalen uit de zeven steegjes van Jan de Kleijn (boekbespreking)", in: Maandblad Oud-Utrecht, 1975, blz. 15.
1987
- Alberelli, Riccardo & Nol van Dongen, De Zeven Steegjes. 125 Jaar volksleven in Utrecht. Amsterdam (De Balie), 1987. [141 blz. ISBN 90.6617.037.9]
- Registervermelding: "De zeven steegjes, 125 jaar volksleven in Utrecht - Riccardo Alberelli en Nol van Dongen", in: Maandblad Oud-Utrecht, 1987, blz. 103.
1991
- Tintelen, Cor van, Op zoek naar mijn ware moeder. Het verhaal van een Utrechts pleegkind uit de Zeven Steegjes. Bunnik (Henk Reinders), 1991 [98 blz. ISBN 90.72507.06.1]
(Autobiografische sleutelroman. De auteur woonde als kind in Lange Rozendaal 28; het verhaal speelt tegen de achtergrond van het leven van de bewoners van De Zeven Steegjes.)
Samenvatting door Ada van Deijk (02-2026). Tevens wordt het leven van Van Tintelen in verband gebracht met de geschiedenis van het uitbesteden van de verzorging van kinderen als 'bestedeling'
In dit boekje kijkt de auteur, Cor van Tintelen, terug op zijn leven als pleegkind. In feite is hij een bestedeling, zoals dat in het boek ‘De bestedeling’ van Menno Lanting wordt omschreven. Op p. 42 schrijft Van Tintelen dat in het archief van de voogdijraad van het arrondissement Utrecht het volgende over hem vermeld staat: ‘… ter verzorging uitbesteed aan Riek en Jan Versteeg sinds april 1914’. Hieruit blijkt dat hij een zgn. bestedeling is. Ook zijn pleegvader, Jan Versteeg door hem genoemd – maar die in feite anders heet – is een bestedeling: deze is namelijk opgegroeid in het Gereformeerde weeshuis in Leiden (p. 14).
Van Tintelens autobiografie laat goed zien wat voor ‘schade’ zijn leven en dat van zijn ware, biologische moeder heeft opgelopen. Het laat zien hoe hard er geoordeeld werd over ongehuwde moeders en hoe zij door hun familie verstoten werden.
Van Tintelen begint zijn verhaal met de ontdekking van een aantal brieven en kaarten, die zijn echte moeder aan zijn pleegmoeder had geschreven. Hij is dan een jaar of veertien. Vervolgens heeft hij maar één doel: zijn biologische moeder leren kennen. Hij weet dat ze uit Driebergen komt en gaat daar vanuit Utrecht met een huurfiets naartoe. Algauw wordt hem duidelijk dat door de familie van zijn moeder niet graag over haar gesproken wordt. Het neemt zijn onbevangenheid weg en hij wordt voorzichtiger. Een tante en een oom vormen een uitzondering en zij beloven hem te achterhalen waar zijn moeder nu woont.
Inderdaad krijgt hij enkele maanden later van deze oom te horen dat zijn moeder in Amsterdam woont, getrouwd is en kinderen heeft. Kees, zoals Van Tintelen zichzelf noemt, vertrekt niet lang daarna naar Amsterdam. In eerste instantie ontmoet hij op het adres waar zijn moeder woont, alleen een goede vriendin van haar. Die vangt hem op en blijkt op de hoogte te zijn van het verleden van zijn moeder. Toch brengt ze hem niet in contact met zijn moeder.
Daarom doet Kees een nieuwe poging en treft ditmaal wel zijn moeder in haar woning aan. Ze vertelt hem over de gebeurtenissen in haar jeugd, hoe ze onbedoeld zwanger werd en dat zijn vader, net als zij minderjarig, niet met haar mocht trouwen. Het speelde zich af in de jaren 1913-‘14 en vervolgens wordt Kees’ biologische vader voor militaire dienst opgeroepen. Helaas wordt zijn vader ziek en overlijdt na enkele maanden in het leger. Dora, zo noemt Kees zijn moeder, blijft alleen achter en bevalt in het Academisch Ziekenhuis in Utrecht van een jongetje, Kees dus. Hij wordt vrijwel onmiddellijk door de baker, Riek Versteeg, en haar man opgenomen. Dora vermoedt dat Riek dat uit medelijden deed.
In dit gezin, Riek en haar man hadden kinderen, groeit Kees op. Ze wonen in een berucht Utrechts volksbuurtje, de Zeven Steegjes. Het hele verhaal, geschreven door Kees, illustreert de problemen van armoede, crisistijd, werkloosheid en vooral de schrijnende situatie van hem als kind van een ongehuwde moeder en van zijn moeder zelf. Toch blijft Kees zichzelf en is hij vastbesloten zich aan zijn lot te ontworstelen. Daarin slaagt hij zeker, mede dankzij zijn optimistische aard.
Het boek eindigt met de acceptatie door de man die met zijn moeder getrouwd is. Deze man was niet op de hoogte van het bestaan van Kees. Daardoor vreesde zowel zijn moeder als Kees dat zij opnieuw zou worden afgewezen. Die vrees blijkt onterecht. En ook Kees hoort van hem dat hij welkom is.
- Dongen, Nol van (foto's), Gerrit Jansen (tekst), Beeld van een buurt. Foto's van de Zeven Steegjes. Amsterdam (De Balie), 1991. [96 blz. ISBN 90.6617.087.5]
- Vos, Andé de, "Zeven Steegjes op rand van afgrond. Behoud verwaarloosde woningen te duur voor armlastig Utrecht". In: Utrechts Nieuwsblad, 05-07-1991, blz. 1
- Vos, Andé de, "Zeven Steegjes leuk voor toerist, niet voor ons". In: Utrechts Nieuwsblad, 05-07-1991, blz. 9
- Dongen, Nol van, "Sloop Zeven Steegjes verlies voor Utrecht". In: Utrechts Nieuwsblad, 09-07-1991, blz. 9
- "Er wordt naar afbraak Zeven Steegjes toegepraat". In: Utrechts Nieuwsblad, 11-07-1991, blz. 13
- "Oud-Utrecht wil Zeven Steegjes behouden". In: Utrechts Nieuwsblad, 17-07-1991, blz. 13
- "Zeven Steegjes behouden, zegt college Utrecht". In: Utrechts Nieuwsblad, 09-08-1991, blz. 9
- "In maart duidelijkheid over Zeven Steegjes. Projectgroep peilt komende maanden voorkeur bewoners". In: Utrechts Nieuwsblad, 21-10-1991, blz. 11
1992
- "Renovatie Zeven Steegjes lijkt nu zeker. Kosten renovatie nog onbekend". In: Utrechts Nieuwsblad, 11-03-1992, blz. 1, 11
- "Zeven Steegjes behouden en gerestaureerd. Bewoners bereid tot huurverhoging". In: Utrechts Nieuwsblad, 02-06-1992, blz. 1, 11
1993
- "Renovatie Zeven Steegjes miljoen duurder. Stadsherstel legt laatste hand aan opknapplan voor Utrechts arbeiderswijkje". In: Utrechts Nieuwsblad, 13-01-1993, blz. 12
- "Restauratie Zeven Steegjes kan volgend jaar beginnen". In: Utrechts Nieuwsblad, 17-04-1993, blz. 15
- "Happy end voor sprookje van de Zeven Steegjes". In: Utrechts Nieuwsblad, 28-04-1993, blz. 11
1994
- "Renovatie Zeven Steegjes gaat door". In: Utrechts Nieuwsblad, 06-04-1994, blz. 13
- "Bruin asbest in Zeven Steegjes. Renovatie stilgelegd". In: Utrechts Nieuwsblad, 22-04-1994, blz. 11
- Biesma, Hedde, "Zeven Steegjes ook na herbouw monumentaal. Eenendertig huisjes worden opnieuw gebouwd met respect voor de rest". In: Utrechts Nieuwsblad, 16-09-1994, blz. 10
1995
- Feije, Xandra, "Utrechtse steegjes zijn iets apart". In: Utrechts Nieuwsblad, 02-05-1995, blz. 12
2005
- Krul, Siebrand, e.a. (red.), Achter Utrechtse gevels. Huizen met historie, aflevering 10: "Kameren en hofjes". Zwolle (Waanders), 2005cop. [de afleveringen zijn doorlopend gepagineerd, ISBN -]. Hierin: "Ballotage in de volksbuurt" (De Zeven Steegjes): blz. 290, 310-315
2009
- Hoogenraad, Gwyon, "Zeven weergaloze steegjes". In: Binnenstadskrant (periodiek voor de Binnenstad van Utrecht), [jrg 14, nr 1] 01-2009, blz. 6-7
2017
- "A.G. Tollenaar". In: Wiki (Samenvattingen van Wikipedia artikelen op 'www.encie.nl'), 2017. Hierin "Samen met L. Tollenaar maakte hij ontwerpplannen voor het lokale rooms-katholieke Parochiaal Armbestuur in het kader van de Zeven Steegjes."
2018
- Heesbeen, Annabel, "'Het hart is uit het buurtje' (de Zeven Steegjes)". In: DUIC ('De Utrechtse Internet Courant', huis-aan-huisblad) [ISSN -], 02-2018, blz. 6-7
- Klaver, Marissa, "'Hij heeft zich volledig opgeofferd voor zijn broer'". In: Trouw, 27-04-2018, blz. 9 (betreft de 'lintjesregen'. Tot lid in de Orde van Oranje-Nassau is benoemd Cees de Bruin (92), voor zijn jarenlange verzorging van zijn geestelijk gehandicapte broer Gijs (75). Burgemeester Jan van Zanen "kreeg er een brok van in zijn keel". Velen kennen de broers, geboren en getogen in de Zeven Steegjes, door hun wandelingen door de binnenstad.)